Search term mark has 62 results
EN English NL Dutch
mark (v) [importance] een teken zijn van (v) [importance]
mark (n) [sports - shooting] doelwit (n) {n} [sports - shooting]
mark (v) [store] van een prijskaartje voorzien (v) [store]
mark (n) [general] merkteken (n) {n} [general]
mark
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
tekenen
  • getekend
  • tekenen
  • tekent
  • tekende
  • tekenden
EN English NL Dutch
mark (n) [dirt] vlek (n) {m} [dirt]
mark (n) [schools - universities] waarderingscijfer (n) {n} [schools - universities]
mark (n) [schools - universities] cijfer (n) {n} [schools - universities]
mark (v) [characterize] karakteristiek zijn voor (v) [characterize]
mark (v) [characterize] typisch zijn voor (v) [characterize]
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
kenschetsen (v) [characterize]
  • gekenschetst
  • kenschetsen
  • kenschetst
  • kenschetsten
  • kenschetste
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
typeren (v) [characterize]
  • getypeerd
  • typeren
  • typeert
  • typeerden
  • typeerde
mark (v) [exam] cijfers geven voor (v) [exam]
mark (v) [exam]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
nazien (v) {n} [exam]
  • nagezien
  • ziet na
  • zien na
  • zag na
  • zagen na
mark (v) [exam]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
beoordelen (v) [exam]
  • beoordeeld
  • beoordeelt
  • beoordelen
  • beoordeelden
  • beoordeelde
mark
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
merken
  • gemerkt
  • merkt
  • merken
  • merkten
  • merkte
mark (n) [foot] afdruk (n) {m} [foot]
mark (v) [importance]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
betekenen (v) [importance]
  • betekend
  • betekenen
  • betekent
  • betekenden
  • betekende
mark (v) [store]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
prijzen (v) [store]
  • geprijsd
  • prijst
  • prijzen
  • prijsde
  • prijsden
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
karakteriseren (v) [characterize]
  • gekarakteriseerd
  • karakteriseert
  • karakteriseren
  • karakteriseerde
  • karakteriseerden
mark (v) [writing]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
noteren (v) [writing]
  • genoteerd
  • noteert
  • noteren
  • noteerde
  • noteerden
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
kenmerken (v) [characterize]
  • gekenmerkt
  • kenmerkt
  • kenmerken
  • kenmerkte
  • kenmerkten
mark (n) [symbol] teken (n) {n} [symbol]
mark (n) [respect] teken (n) {n} [respect]
mark (n) [general] teken (n) {n} [general]
mark (n) [sports - shooting] doel (n) {n} [sports - shooting]
mark (v) [writing]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
markeren (v) [writing]
  • gemarkeerd
  • markeert
  • markeren
  • markeerden
  • markeerde
mark (v) [general]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
markeren (v) [general]
  • gemarkeerd
  • markeert
  • markeren
  • markeerden
  • markeerde
mark (n) [foot] spoor (n) {n} [foot]
mark (n) [evidence] spoor (n) {n} [evidence]
mark (n) [foot] indruk (n) {m} [foot]
NL Dutch EN English
mark (v) [importance] een teken zijn van (v) [importance]
mark (n) [sports - shooting] doelwit (n) {n} [sports - shooting]
mark (v) [store] van een prijskaartje voorzien (v) [store]
mark (n) [general] merkteken (n) {n} [general]
mark
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
tekenen
  • getekend
  • tekenen
  • tekent
  • tekende
  • tekenden
mark (n) [dirt] vlek (n) {m} [dirt]
mark (n) [schools - universities] waarderingscijfer (n) {n} [schools - universities]
mark (n) [schools - universities] cijfer (n) {n} [schools - universities]
mark (v) [characterize] karakteristiek zijn voor (v) [characterize]
mark (v) [characterize] typisch zijn voor (v) [characterize]
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
kenschetsen (v) [characterize]
  • gekenschetst
  • kenschetsen
  • kenschetst
  • kenschetsten
  • kenschetste
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
typeren (v) [characterize]
  • getypeerd
  • typeren
  • typeert
  • typeerden
  • typeerde
mark (v) [exam] cijfers geven voor (v) [exam]
mark (v) [exam]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
nazien (v) {n} [exam]
  • nagezien
  • ziet na
  • zien na
  • zag na
  • zagen na
mark (v) [exam]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
beoordelen (v) [exam]
  • beoordeeld
  • beoordeelt
  • beoordelen
  • beoordeelden
  • beoordeelde
mark
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
merken
  • gemerkt
  • merkt
  • merken
  • merkten
  • merkte
mark (n) [foot] afdruk (n) {m} [foot]
mark (v) [importance]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
betekenen (v) [importance]
  • betekend
  • betekenen
  • betekent
  • betekenden
  • betekende
mark (v) [store]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
prijzen (v) [store]
  • geprijsd
  • prijst
  • prijzen
  • prijsde
  • prijsden
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
karakteriseren (v) [characterize]
  • gekarakteriseerd
  • karakteriseert
  • karakteriseren
  • karakteriseerde
  • karakteriseerden
mark (v) [writing]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
noteren (v) [writing]
  • genoteerd
  • noteert
  • noteren
  • noteerde
  • noteerden
mark (v) [characterize]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
kenmerken (v) [characterize]
  • gekenmerkt
  • kenmerkt
  • kenmerken
  • kenmerkte
  • kenmerkten
mark (n) [symbol] teken (n) {n} [symbol]
mark (n) [respect] teken (n) {n} [respect]
mark (n) [general] teken (n) {n} [general]
mark (n) [sports - shooting] doel (n) {n} [sports - shooting]
mark (v) [writing]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
markeren (v) [writing]
  • gemarkeerd
  • markeert
  • markeren
  • markeerden
  • markeerde
mark (v) [general]
  • marked
  • mark
  • mark
  • marked
  • marked
markeren (v) [general]
  • gemarkeerd
  • markeert
  • markeren
  • markeerden
  • markeerde
mark (n) [foot] spoor (n) {n} [foot]
mark (n) [evidence] spoor (n) {n} [evidence]
mark (n) [foot] indruk (n) {m} [foot]