Search term order in advance has 2 results
Jump to
ENEnglishNLDutch
order in advance(v)[ticket] aanvragen(v)[ticket]
order in advance(v)[ticket] bespreken(v)[ticket]

ENNLTranslations for order

order(n)[disposal] schikking(n){f}[disposal]
order
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
aanvoeren
  • aangevoerd
  • voert aan
  • voeren aan
  • voerde aan
  • voerden aan
order(v)[classification]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
schikken(v)[classification]
  • geschikt
  • schikken
  • schikt
  • schikte
  • schikten
order(v)[classification]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
ordenen(v)[classification]
  • geördend
  • ordenen
  • ordent
  • ordende
  • ordenden
order(v)[classification]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
rangschikken(v)[classification]
  • gerangschikt
  • rangschikken
  • rangschikt
  • rangschikten
  • rangschikte
order(n)[disposal] plaatsing(n){f}[disposal]
order(n)[disposal] ordening(n){f}[disposal]
order(n)[disposal] rangschikking(n){f}[disposal]
order(v)[enjoin]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
opleggen(v){n}[enjoin]
  • opgelegd
  • leggen op
  • legt op
  • legden op
  • legde op
order(v)[enjoin]
  • ordered
  • order
  • order
  • ordered
  • ordered
bevelen(v)[enjoin]
  • bevolen
  • bevelen
  • beveelt
  • bevalen
  • beval

ENNLTranslations for in

in te
in(o)[proximity] bij(o){m}[proximity]
in(o)[proximity] op(o)[proximity]
in(o)[proximity] aan(o)[proximity]
in in
in(o)[preposition] in(o)[preposition]
in(o)[proximity] in(o)[proximity]
in binnen
in per

ENNLTranslations for advance

advance
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
aanpakken
  • aangepakt
  • pakt aan
  • pakken aan
  • pakte aan
  • pakten aan
advance(n)[improvement] vordering(n){f}[improvement]
advance(v)[make progress]
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
vorderen(v)[make progress]
  • gevorderd
  • vorderen
  • vordert
  • vorderde
  • vorderden
advance(v)[movement]
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
gaan(v)[movement]
  • gegaan
  • gaan
  • gaat
  • ging
  • gingen
advance(n)[improvement] vooruitgang(n){m}[improvement]
advance(n)[movement] vooruitgang(n){m}[movement]
advance(v)[movement] zich bewegen(v)[movement]
advance(v)[benefit]
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
begunstigen(v)[benefit]
  • begunstigd
  • begunstigen
  • begunstigt
  • begunstigden
  • begunstigde
advance(v)[benefit]
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
bevoordelen(v)[benefit]
  • bevoordeeld
  • bevoordelen
  • bevoordeelt
  • bevoordeelden
  • bevoordeelde
advance(v)[movement]
  • advanced
  • advance
  • advance
  • advanced
  • advanced
vooruitgaan(v)[movement]
  • vooruitgegaan
  • gaan vooruit
  • gaat vooruit
  • gingen vooruit
  • ging vooruit