Search term slog has 10 results
EN English NL Dutch
slog (v) [work] (informal) hard werken (v) [work]
slog (v) [work] (informal)
  • slogged
  • slog
  • slog
  • slogged
  • slogged
zwoegen (v) [work]
  • gezwoegd
  • zwoegt
  • zwoegen
  • zwoegde
  • zwoegden
slog (v) [walk] (informal)
  • slogged
  • slog
  • slog
  • slogged
  • slogged
ploeteren (v) [walk]
  • geploeterd
  • ploetert
  • ploeteren
  • ploeterde
  • ploeterden
slog (v) [work] (informal)
  • slogged
  • slog
  • slog
  • slogged
  • slogged
ploeteren (v) [work]
  • geploeterd
  • ploetert
  • ploeteren
  • ploeterde
  • ploeterden
slog (v) [work] (informal)
  • slogged
  • slog
  • slog
  • slogged
  • slogged
sloven (v) [work]
  • gesloofd
  • slooft
  • sloven
  • sloofde
  • sloofden
EN English NL Dutch
slog (v) [work] (informal) zich afbeulen (v) [work]
slog (v) [work] (informal) zich afsloven (v) [work]
slog (v) [work] (informal) zich aftobben (v) [work]
slog (v) [work] (informal) zich uitputten (v) [work]
slog (v) [walk] (informal) zich moeizaam voortslepen (v) [walk]