Search term tijd has 8 results
NLDutchENEnglish
tijd[linguïstiek]{m} tense[linguïstiek]
tijd[duur]{m} duration[duur]
tijd{m} time
tijd[algemeen]{m} time[algemeen]
tijd[duur]{m} time[duur]
NLDutchENEnglish
tijd[horloge]{m} time[horloge]
tijd[verleden]{m} time[verleden]
tijd[verleden]{m} times[verleden]

Dutch English translations

NLSynonyms for tijdENTranslations
tijdperk[episode]næra(n)
periode[episode]færa(n)
jaar[bouwjaar]når
moment[aanleiding]nøjeblik
duur[periode]mdyr
tijdstip[moment]ntidspunkt{n}
uur[moment]ntime
era[tijdperk]mæra(n)