Search term yield has 15 results
ENEnglishNLDutch
yield(v)[agreement]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
opgeven(v){n}[agreement]
  • opgegeven
  • geeft op
  • geven op
  • gaf op
  • gaven op
yield
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
afstaan
  • afgestaan
  • staat af
  • staan af
  • stond af
  • stonden af
yield(v)[concession]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
toegeven(v)[concession]
  • toegegeven
  • geven toe
  • geeft toe
  • gaf toe
  • gaven toe
yield(n)[horticulture] produktie(n){f}[horticulture]
yield(n)[banking] opbrengst(n){f}[banking]
ENEnglishNLDutch
yield(n)[horticulture] opbrengst(n){f}[horticulture]
yield(v)[agreement]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
capituleren(v)[agreement]
  • gecapituleerd
  • capituleert
  • capituleren
  • capituleerden
  • capituleerde
yield(v)[agreement]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
bezwijken(v)[agreement]
  • bezweken
  • bezwijken
  • bezwijkt
  • bezweken
  • bezweek
yield(v)[feelings]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
bezwijken(v)[feelings]
  • bezweken
  • bezwijken
  • bezwijkt
  • bezweken
  • bezweek
yield(v)[agriculture]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
voortbrengen(v)[agriculture]
  • voortgebracht
  • brengen voort
  • brengt voort
  • bracht voort
  • brachten voort
yield(n)[banking] rendement(n){n}[banking]
yield(v)[agriculture]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
produceren(v)[agriculture]
  • geproduceerd
  • produceren
  • produceert
  • produceerden
  • produceerde
yield(v)[material]
  • yielded
  • yield
  • yield
  • yielded
  • yielded
meegeven(v)[material]
  • meegegeven
  • geeft mee
  • geven mee
  • gaven mee
  • gaf mee
yield(v)[traffic] voorrang verlenen(v)[traffic]
yield het veld ruimen
ENSynonyms for yieldNLTranslations
provide[means]spekken
produce[means]opleveren
furnish[means]meubelen
allow[means]laten schieten
bear[means]naar buiten brengen
permit[means]gedogen
sustain[means]in stand houden
afford[means]zich veroorloven
accede[permission]naderen
assent[permission](formalja zeggen
concede[permission]toestaan
acquiesce[permission](formalinstemmen
consent[permission]toegeven
agree[permission]in overeenstemming zijn
relinquish[agreement](formalverzaken
give way[agreement]achteruitwijken
cede[agreement]opgeven{n}
bow[abase]boog{m}
crawl[abase]crawlzwemmen
surrender[abase](formalovergave{m}